Hoofdstuk 4 Het branden van wierook

I. Wat is wierook en hoe wordt het gebruikt?
Wierook wordt gemaakt van verschillende soorten geurige hars en gom die van in het Nabije Oosten groeiende planten en bomen af­komstig zijn. Als wierookkorrels branden ontstaat er een lekkere geur. Omdat de korrels van zichzelf moeilijk branden worden ze samen met kooltjes aangestoken. In de kerk brandt men de wierook doorgaans in een wierookvat, terwijl de korrels worden bewaard in een doosje dat ‘scheepje’ wordt genoemd.

II. Welke kerken gebruiken wierook?
Bij veel mensen in onze dagen leeft het besef dat symboliek kan helpen om het geloofsgeheim voluit te vieren. De kerk weet zich voor de keuze van haar symboliek gebonden aan de overlevering. Het branden van wierook maakt daar deel van uit. Alle oude litur­gische tradities kennen dit gebruik. In tijden van liturgische verso­bering echter behoorde wierook vaak tot de slachtoffers. De zestiende eeuwse Reformatie schoof wierook helemaal aan de kant terwijl de Rooms-katholieke Kerk na het Tweede Vaticaans Con­cilie terughoudender is geworden met het branden ervan. Heden branden alle Oosters-Orthodoxe en veel Rooms-katholieke, Oud-Katholieke en Anglicaanse Kerken reukwerk in hun diensten.

III. Welke rol speelt wierook in Schrift en Traditie?
1. Het Oude Testament
De eredienst van het oude Israël kende net als die van haar buur­volken het branden van wierook. In de woestijntijd bedienden de priesters zich van draagbare wierookvaten. In de koningstijd stond in de tempel in Jeruzalem een speciaal altaar voor het wierookof­fer. Wierook werd ook gebruikt bij het spijsoffer en bij de toon­broden. Na de ballingschap werd in de tempel bij het dagelijks ge­bed in de morgen en in de avond een wierookmengsel gebrand als teken van gebed tot en eerbied voor God. De profeet Jesaja zegt in zijn visoen van het herstelde Sion over de koningen en de volken: “Goud en wierook zullen zij aanbrengen, en zij zullen de overvloe­dige lof des Heren boodschappen” (Jesaja 60,6).

2. Het Nieuwe Testament
Deze profetie van Jesaja is vervuld bij de geboorte van Jezus Christus. Het evangelie volgens Mattheüs vertelt over de wijzen uit het Oosten, die ieder een geschenk voor Jezus meebrengen: goud, wierook en mirre. De vertegenwoordigers van de volken komen om de Heer te aanbidden. Zij tonen hun eerbied door Hem te offe­ren wat kostbaar voor hen is. Door Hem wierook aan te bieden er­kennen zij Christus als God.

In zijn Openbaring schildert de apostel Johannes hoe vooraf­gaand aan het laatste oordeel de heilige liturgie gevierd wordt. En hij zegt: “En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan. Hem werd veel reukwerk ge­geven, om het met de gebeden van al de heiligen te offeren op het gouden altaar voor de troon. En de rook van het reukwerk steeg met de gebeden der heiligen uit de hand van de engel omhoog voor het aanschijn van God. Daarna nam de engel het wierookvat, vulde het met vurige kolen van het altaar en wierp ze op de aarde. Toen dreunden er donderslagen, vergezeld van bliksem en aardbeving” (Openbaring 8,3-5).

Onze tijd, de tijd na Pinksteren, is vervuld van de verwachting van dat laatste oordeel na de wederkomst van Christus. Johannes schrijft zijn symbolische boek als vertroosting voor de christenen in hun vreemdelingschap op aarde. Zij mogen erop vertrouwen dat hun gebeden tezamen met de wierook opstijgen tot God. Deze gebeden zullen niet zonder gevolg blijven. Integendeel, ziet Johan­nes, ze kunnen een geweldige kracht hebben, ze kunnen als een bliksem inslaan.

3. De vroege Kerk
De eerste gemeenten staan ambivalent tegenover het branden van wierook. Ze kennen het nog wel uit Jeruzalem, maar het herinnert hen toch teveel aan de mysteriereligies waarmee ze niet verward willen worden en bovenal aan het hofceremonieel van de heidense keizer te Rome dat zij verafschuwen. Nadat de keizer zich in de vierde eeuw tot Christus heeft bekeerd verandert er veel, ook in de liturgie. De zondag wordt rustdag, openbare gebouwen worden in­gericht als plaats van samenkomst voor de gemeente en de, nu openbare, eredienst kan rijker worden o.a. door het gebruik van wierook. De heidense smet is ervan af en dat was het enige wat het gebruik in de weg stond. Alle liturgische tradities die in de vierde en vijfde eeuw vorm krijgen branden in hun diensten wierook, tot op de dag van vandaag.

4. Van de vierde eeuw tot heden: wierook en liturgie
De liturgie is het beste werk dat de kerk uit dankbaarheid voor de verlossing kan verrichten. De apostel roept ons op God te dienen met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel ons verstand en met al onze krachten. Een goede liturgie geeft aan deze opdracht gehoor, en neemt ons hele menszijn op om het als een levend offer aan God op te dragen.

De eredienst biedt de gelovigen een geestelijke ruimte waar zij Christus kunnen ontmoeten. Hier kan de zichtbare plaats bij helpen waar de liturgie gevierd wordt: het kerkgebouw. De kerk is immers geheel ingericht op de dienst aan de Allerhoogste. Het kruis, de altaartafel, de afbeeldingen, de kaarsen, zij verkondigen allemaal het woord. De gelovigen die aan de liturgie deelnemen geven zich­zelf houdingen die passen bij de verschillende onderdelen van de dienst. De ideale liturgie neemt ons hele menszijn op, dus ook onze reuk. Een welriekende reuk die bijna alleen in de kerk voor­komt zal ons doen denken aan de kerk en aan haar liturgie, en dus aan de Heer.

5. Van het oude Israël tot heden: wierook als symbool
De witte wolken geven de richting aan van onze gebeden: ze stij­gen op naar God. Het branden van wierook is zo een sterk symbool dat meer kan zeggen dan woorden alleen. Van deze symboliek is ook David zich bewust als hij bidt: “Laat mijn gebed opstijgen als wierook voor uw aangezicht” (Psalm 141). Als wij wierook bran­den in de kerk herinneren wij onszelf eraan dat ons gebed en onze liturgie zoals de wierook opstijgt naar omhoog, naar de troon van God.

Het ‘wieroken’ in de liturgie kan zo een helder teken zijn van onze aanbidding van de Heer. Het herinnert ons steeds aan de wer­kelijkheid die we aan het vieren zijn. Ook kan, vanuit deze hou­ding, het wieroken van mensen en voorwerpen onze eerbied tonen voor wie en wat op een bijzondere wijze naar de Heer verwijst. Tenslotte verkondigt het wieroken ons ook de opdracht van God: “Weest heilig, want Ik ben heilig” (1 Petrus 1,16). Alle kwaad moet worden uitgerookt, alleen de zaligheid zal overblijven.

IV. Wanneer gebruikt de kerk wierook?
Wierook wordt in de eerste plaats gebrand in de plechtige viering van de eucharistie. In het Oosten betekent dit: in elke H. Liturgie. In het Westen is het mogelijk in de Hoogmis op zon- en feestdagen.

Na de begroeting van het altaar bewierookt de celebrant het altaar.

Bij de processie met het evangelieboek wordt wierook meegedragen, waarmee degene die het evangelie leest het boek bewie­rookt.

Tijdens de opdracht van de gaven bewierookt de voorganger de gaven van brood en wijn, de altaartafel en de verzamelde ge­meente.

Ook onder het ochtend- en avondgebed kan wierook worden gebrand: bij de lauden tijdens de Lofzang van Zacharias en bij de vespers tijdens de Lofzang van Maria.

In gebedsdiensten wordt vaak een schaal gebruikt in plaats van een wierookvat, waarbij de continu opstijgende rook het gebed van de gelovigen symboliseert.