Tussen 23 april en 23 mei exposeert beeldend kunstenaar Roeland Langendoen in Galerie 44. ‘Facetten’, de titel van zijn tentoonstelling, verwijst naar de verschillende facetten van zijn veelzijdige werk en tegelijkertijd naar de geslepen, platte vlakken van facetstenen die voor hem een belangrijke inspiratiebron zijn.
Opening Tentoonstelling
‘Facetten’ wordt op 25 april om 16:00 uur in Galerie 44 geopend. U bent van harte welkom!
Adres: Molenstraat 44 in Den Haag.

Koninklijke Academie
Na het behalen van een tekenakte bij het LOI studeerde Roeland schilderen, tekenen, grafiek en boetseren aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag, waar hij in 1992 afstudeerde. Sindsdien wijdt hij zijn leven geheel aan de kunst. Roeland maakt abstract werk. Hij paste niet in het ‘realistische straatje’ dat destijds modern was aan de Academie, zodat hij zich daar zonder veel sturing vooral zelf heeft ontwikkeld. Hij had wel baat bij de goede faciliteiten die de Academie bood. Destijds gold Roeland als modern, maar nu, in de een tijd waarin de kunstacademie veel theoretischer en performance-achtiger is geworden en het internet een steeds grotere rol speelt, ziet hij zich als ‘oldschool’ – en mist hij bij veel kunstenaars de ambachtelijke kunde. ‘Het interesseert ze gewoon niet.’
Barokke minimalist
Roeland is een zeer veelzijdig kunstenaar en werkte in de loop van zijn leven in verschillende stijlen: minimalistisch maar ook met organische of kubistische vormen. Hij begon met landschappelijk abstract werk en borduurde altijd verder op lijnen in eerdere werken, zodat bij hem verschillende vertakkingen en stijlen in elkaar overlopen: ‘Zo ontstaat ook automatisch volgorde.’ Roeland werd wel eens omschreven als ‘barokke minimalist’, omdat hij een ‘minimalistische opzet met een veelkleurige barokke invulling’ combineert. Het platte vlak geeft hij vaak reliëf, door als het ware met de verf te boetseren. Zo laat hij ons schilderijen zien waarin verticale, opstaande en veelkleurige verfbanen worden afgewisseld met lagere monochrome banen, zodat de kleuren lijken te verschuiven als je langs het schilderij loopt. En, vertelt hij lachend, als hij even afstand wil nemen van waar hij mee bezig is, schildert hij zelfs in de stijl van Bob Ross. Maar dat is voor hem vooral een (heel knappe) vingeroefening, want Roeland is op zijn hoede voor ‘het gevaar van realisme. Dan gaat een schilderij dicht en wordt stijf. Er moet leven in blijven, vlekkerig, met lijntjes die niet af zijn en breuklijnen.’
Spietjes, hoeken en cirkels
De laatste jaren is Roeland gefascineerd door ‘spietjes’, kleine toelopende stukjes hout, die normaal gesproken aan de achterkant van een schilderij in de hoeken worden geplaatst om het doek recht te trekken – en die tegelijkertijd verbinden, benadrukt Roeland. Hij geef de spietjes, die hem onbewust al jarenlang bezighouden, echter een heel andere functie. Sinds hij er ruim twee jaar geleden achter kwam dat spietjes met de maatvoering 3 x 3 x 3 cm (27 graden) geen complete cirkel kunnen vormen omdat er altijd 9 graden overblijven, staat de hoek van 27 graden centraal in zijn werk. Deze is voor hem de uitdrukking van de incompleetheid van de cirkel, dat wat de cirkel openhoudt, terwijl je bij symmetrie vastloopt. ‘Alles klopt en in het incomplete zit iets compleets. Ik vind het mooi.’ Het fascineert hem dat de 27 graden hoek ook veel in andere contexten wordt gebruikt, bijvoorbeeld in de bouw als helling voor goede afwatering en bij dakpannen. Voor Roeland is het belangrijk dat de spietjes zo min mogelijk figuratieve associaties oproepen, ook al kun je die natuurlijk niet geheel vermijden. Zijn schilderijen zijn gedacht vanuit het schildermateriaal waaruit het is opgebouwd. Het licht komt van buitenaf of van binnenuit en de van te voren met grondverf en gesso bewerkte spietjes laat hij wegvallen door ze een bepaalde kleur te geven.
Roelands inspiratiebron is de natuur, die hij echter niet in op realistische wijze weergeeft. Hij cultiveert de natuurlijke vormen en zoekt er patronen in, een bepaalde ordening. Op een gegeven moment benadrukt Roeland, zegt het schilderij, of het materiaal of beeld, dan zelf waar het heengaat. ’Het schilderij gaat vragen.’

Gelijkenissen en verandering
Roeland bewondert schilders als Mondriaan en Jan Schoonhoven, maar hij heeft niet het gevoel dat zijn werk sterk beïnvloed is door anderen. Dat hij wel eens met Mondriaan is vergeleken, ‘een Mondriaan met een rafelrandje’, amuseert hem. Van andere kunstenaars interesseren Roeland vooral de transitieperioden in hun werk, zoals bij Mondriaan de tijd waarin hij van het figuratieve afstapte en kubisme-achtige schilderijen ging maken. Roeland boeien de periodes waarin een kunstenaar zoekende is, zoals hij dat zelf ook nog steeds is en wil zijn. Hij wil niet vanuit statements werken, ‘dan ben je bezig een soort recept uit te voeren’. Juist de transformatieperiodes bij kunstenaars vindt hij het interessantst.
Roeland is geen lid meer van een kunstenaarsvereniging, dat interesseert hem niet. Hij exposeert meestal in open ateliers.
De huidige expositie
In Galerie 44 exposeert Roeland zijn werken met spietjes en werk dat geïnspireerd is door het zogenaamde ‘Widmannstätten-patroon’ in meteorieten: driehoekige of rasterachtige kristalstructuren die zichtbaar worden in ijzermeteorieten die al vóór het ontstaan van de aarde werden gevormd. ‘Facetten’ verwijst naar de geslepen vlakken van de juwelen die van zulke meteorieten worden gemaakt en die ook Roelands werk inspireren, maar ook naar de verschillende facetten van het schilderen, waarvan het werk van deze boeiende kunstenaar getuigt.

